Morele Helper

Over het instrument

Aanleiding

De toeslagenaffaire maakte zichtbaar wat er kan misgaan als ambtenaren hun eigen morele oordeel ondergeschikt maken aan systemen, targets en loyaliteit aan de organisatie. Niet door kwade wil, maar door gebrek aan ruimte voor reflectie.

Morele Helper is een instrument voor de individuele ambtenaar die midden in een beleidsdilemma staat. Niet een collectief moreel beraad, niet een training, niet een coach — maar een dagelijkse oefening in zelfonderzoek. Vijf tot tien minuten, eenentwintig werkdagen, één dilemma.

Het instrument bouwt voort op het Dialoog en Ethiek programma van het Rijk en de ethische reflectiepraktijk die al bestaat in het ambtenaarschap — maar vult een lacune: de individuele ambtelijke ruimte voor moreel denken, los van de organisatie.

Parrhêsia als ambtelijk ideaal

Foucault's begrip parrhêsia — het spreken van een waarheid die iets kost — is een van de grondnoties van het instrument. De ambtelijke parrhesiast spreekt wat ze ziet, ook als dat ongemakkelijk is voor de organisatie of voor zichzelf. Morele Helper oefent precies die houding: niet het vinden van het juiste antwoord, maar het scherp houden van de vraag.

Het HEXAGON-model

Morele redeneren vraagt om meerdere lenzen tegelijk. Het HEXAGON-model biedt zes ethische perspectieven die elk een andere kant van het dilemma belichten.

Waardigheid
Worden mensen als doel behandeld, niet als middel?
Niet-schaden
Welke schade vloeit voort uit elke optie?
Rechtvaardigheid
Hoe worden lasten en lusten verdeeld?
Waarachtigheid
Wordt er open gecommuniceerd over wat op het spel staat?
Verantwoordelijkheid
Wie is aanspreekbaar, en voor wat?
Verbondenheid
Welke relaties en gemeenschappen spelen mee?

Drie klassieke toetsen

Naast de lenzen worden drie toetsen ingezet op dag 16, 17 en 18 van de rondgang. Ze bieden een extra scherpstelling vanuit de ethiekgeschiedenis.

Kant
Kun je willen dat iedereen zo zou handelen?
Aristoteles
Wat zou een praktisch wijs persoon hier doen?
Scanlon
Kun je dit rechtvaardigen tegenover wie het raakt?

Vier uitkomsten

Na tien dagen reflectie karakteriseert de deelnemer op dag 11 haar dilemma. Die karakterisering bepaalt de dagvragen voor dag 15 tot en met 20.

Pseudo-dilemma
De richting is duidelijk, maar uitspreken kost iets. Of het is een technische vraag verkleed als ethisch vraagstuk. Of de verantwoordelijkheid ligt elders.
Convergent dilemma
De lenzen wijzen overwegend dezelfde kant op. Wat ontbreekt is moed of helderheid, niet meer analyse.
Divergent dilemma
De waarden lopen werkelijk uiteen. Elke optie brengt een echte schade of een echt onrecht mee. Er is geen uitkomst zonder verlies.
Reflectie zonder besluit
Er is geen besluit te nemen — of niet door u, of niet nu. Wat er wél is: het denken verschuift. Aannames worden zichtbaar, een rolopvatting verandert.

Werking

Morele Helper begeleidt de ambtenaar 21 werkdagen bij de reflectie op één beleidsdilemma. Elke dag vijf tot tien minuten. Het instrument stelt twee vragen terug. Geen dialoog, geen vervolgstap.

Twee vragen per dag

Vraag A — spiegelvraag. Reageert op wat de deelnemer zojuist zei. Het instrument puurt een woord, een aanname, een spanning of een ontbrekende partij uit de gesproken reflectie. Sober-analytisch, niet adviserend.

Vraag B — dagvraag. Staat vast voor die dag in de rondgang, ongeacht wat er is gezegd. Gebouwd op het HEXAGON-model, met zwaarder gewicht op dag 11 (diagnose) en dag 21 (afsluiting).

Twee modi

De rondgang kent twee paden, die na dag 11 worden bepaald door de uitkomst van de diagnose.

Dilemma-modus (convergent en divergent): de vragen op dag 15–20 richten zich op handelingsperspectief — wat te doen, welk gesprek te voeren, hoe de spanning te dragen.

Reflectie-modus (reflectie zonder besluit en pseudo-dilemma): de vragen richten zich op inzicht-perspectief — wat is er verschoven, welke aannames zijn zichtbaar geworden, wat neemt de deelnemer mee?

Dag 21 — rapportage

De rondgang sluit op dag 21 af met een narratieve rapportage op basis van alle twintig voorafgaande sessies. De rapportage verschijnt op het dashboard en kan van daaruit worden gedeeld — alleen via expliciete actie, nooit automatisch.

Grondslag: Pennebaker

Het instrument bouwt op het werk van James Pennebaker over expressieve reflectie. Spreken en schrijven over wat je bezighoudt leidt tot cognitieve reorganisatie — niet door het te verwerken, maar door het te articuleren. Morele Helper gebruikt de gesproken reflectie niet als data, maar als oefening.

Vijf harde principes

Principe 1
Lokaal waar het telt
STT-transcriptie en Vraag A-inferentie draaien op de Jetson Orin. Transcripten en reflectiedata worden versleuteld lokaal opgeslagen. Geen cloud-opslag van persoonlijke inhoud. Geen telemetrie, geen analytics, geen ML-training op gebruikersdata.
Principe 2
Reflectie ≠ verantwoording
Geen exportfuncties naar organisatiesystemen, geen audit-logs van inhoud, geen managerdashboard. Alleen de finale rapportage is deelbaar, en alleen via expliciete gebruikersactie.
Principe 3
Geen prestatiemeting
Geen streak-counters, geen voltooiingspercentages, geen KPI-endpoints. De dag-aanduiding is neutraal ("dag 9 van 21"), niet evaluatief.
Principe 4
Het instrument oordeelt niet
LLM-prompts voor Vraag A zijn socratisch-spiegelend. Geen adviezen, geen samenvattingen van goed-vs-fout, geen "u zou kunnen overwegen". Het instrument stelt vragen, het trekt geen conclusies.
Principe 5
Sober, niet spectaculair
Het instrument weerstaart feature-uitbreidingen. Geen extra modi, integraties, statistieken of visualisaties. Minimale interface, maximale ruimte voor de reflectie zelf.

Positionering

Morele Helper is geen moreel beraad (dat is collectief en vraagt facilitering), geen coach (dat is een relatie), geen organisatiedashboard (dat meet en vergelijkt). Het is een privé-instrument voor de individuele ambtenaar, dat niets doorgeeft aan de organisatie.

Technische architectuur

Het instrument draait op dedicated hardware bij de deelnemer. Persoonlijke data verlaat het apparaat nooit; alleen de gegenereerde vraagtekst en de dag-21 rapportage reizen via de relay.

Dagelijkse sessie (dag 1–20)
Interface
reTerminal
Microfoon · knop · tekstdisplay
audio (WAV, 16 kHz)
On-device verwerking
Jetson Orin
STT: faster-whisper (lokaal) · Vraag A: llama.cpp inferentie (lokaal) · Statische dagvragen (Vraag B) · Versleutelde opslag transcripten
POST /api/update — dag, Vraag A, Vraag B
Relay
morele-helper-relay
Vercel (serverless) · Upstash KV (tijdelijke opslag vraagtekst)
GET /api/latest — vraagtekst ophalen
Display
reTerminal
Vraag A + Vraag B als tekst · Sessie eindigt · Geen bevestiging
Dag 21 — rapportage
Bron
Jetson Orin
20 lokale transcripten · rapportage-generatie via cloud LLM (Anthropic)
Uitvoer
Relay dashboard
Narratieve rapportage · Deelbaar via expliciete actie

Hardware

Het instrument draait op een Jetson Orin (NVIDIA, taalmodel-inferentie op GPU) met een reTerminal als geïntegreerde interface: microfoon, aanraakscherm en knop in één apparaat. De software draait in Docker-containers. Alle persoonlijke data wordt versleuteld opgeslagen op het lokale apparaat.